|
19 september 2005
Prijsverschillen in Europa blijven significant, hoewel het prijsverschil in Groot-Brittannië de afgelopen drie jaar is gedaald van 37% tot 15% - In Europa kent Groot-Brittannië momenteel de op een na grootste concurrentie tussen supermarkten
Noorwegen heeft in Europa de hoogste prijs voor internationale merken in de supermarkt, 42.5% duurder dan Duitsland; Europa’s goedkoopste land voor dezelfde producten
Terwijl Euro criticasters blijven discussiëren over het negatieve effect en de invloed van de Euro, bevestigt een nieuwe studie van ACNielsen dat voor een winkelmandje met populaire producten (FMCG) van internationale merken, de introductie van de Euro bijdraagt tot een Europese prijsconvergentie.
“In 2002, lag de spreiding tussen het land met de laagste prijzen en het land met de hoogste prijzen op 71%. Momenteel is dit verschil voor identieke producten van internationale merken verkleind tot 50%”, aldus Frank Martell, CEO ACNielsen Europa. “In de grotere markten van Europa zijn een stagnerende groei en een afgevlakte consumentenvraag gecombineerd met een verhoogde concurrentie in de retail verantwoordelijk voor de lagere prijzen.”
“Natuurlijk zijn er specifieke marktfactoren, zoals belastingen, de geografische ligging, transportkosten en de vastgoedlasten van de retailer, die de prijzen in elk land beïnvloeden – maar de trend in de laatste drie jaar en voor de nabije toekomst is een verdere prijsconvergentie, dat zich wellicht in een langzamer tempo zal ontwikkelen”, zegt Martell.
De ACNielsen Euro Price Barometer is het eerste onderzoek in zijn soort dat prijsconvergentie en divergentie trends meet en vergelijkt in Europa. Het onderzoek rapporteert en meet de kosten van 160 identieke internationale merkartikelen die worden verkocht in 15 Europese markten – België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Italië, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland. Meer dan 25.000 kruideniers, supermarkten en hypermarkten zijn opgenomen in het onderzoek.
In Noorwegen is men het meeste geld kwijt als er internationale merkartikelen worden gekocht (in 2003 het op een na duurste land) gevolgd door Denemarken (in 2003 nog het duurste land). In Nederland wordt de op een na laagste prijs gerekend voor dezelfde internationale merkartikelen, wat verklaard kan worden door de prijzenoorlog tussen retailers die eind 2003 is begonnen. Duitsland blijft echter het land met de laagste prijzen in Europa als het gaat om internationale merkartikelen.
In het recente onderzoek, zijn er voor Zweden opnieuw de grootste prijsverschillen (44%) geconstateerd, hoewel dit verschil is gedaald ten opzichte van de gemeten 52% in 2003. De daling wordt grotendeels veroorzaakt door verhoogde concurrentie in de Zweedse retailsector. Nederland bezet met een maximaal prijsverschil van 40% de derde plaats op de lijst van onderzochte landen, de lage prijzen van discounters zijn hier grotendeels verantwoordelijk voor.
Groot-Brittannië (15%) en Frankrijk (12%) kennen de laagste prijsverschillen in Europa. Een combinatie van een versterkte positie van de retailer, een stijging in promoties en een hevige prijzenoorlog tussen de grootste retailers zijn de oorzaken van een daling in de prijsverschillen van 37% naar 15% in Groot-Brittannië Engeland over de laatste 3 jaar. In Frankrijk is het prijsverschil het laagste voor internationale merkartikelen door een hevig wordende concurrentie in de retailmarkt.
Over ACNielsen
ACNielsen, onderdeel van VNU, is een toonaangevend marktonderzoeksbureau. Het bedrijf, dat services biedt in meer dan 100 landen, meet en analyseert niet alleen marktdynamiek, maar ook houdingen en gedrag van consumenten. Klanten vertrouwen op het marktonderzoek, de eigen producten, de analytische tools en de professionele service van ACNielsen om inzicht te krijgen in prestaties ten opzichte van de concurrentie, nieuwe mogelijkheden bloot te leggen en de winstgevendheid van marketing- en verkoopcampagnes te verbeteren.
Terug naar boven
|